Start- en finish van de Beemster Bustour is de Eterij ’t Middenpunt op het Marktplein in Middenbeemster. De Beemster Bustour is een hop on hop off tour: je kunt overal gedurende de tocht op- of uitstappen. De rondtocht duurt ongeveer een uur en wordt in het seizoen (vanaf begin mei tot en met medio september) elke woensdag tussen elf en vier uur verzorgd. U kunt reserveren via info@beemsterbustours.nl. Op andere dagen is een groepsarrangement mogelijk. Voor meer informatie: 06-55183856.

1. Eterij ‘t Middenpunt: start en eindpunt van de tour

smederijBeeldbepalende horecagelegenheid aan het Marktplein dat niet alleen sfeervol ingericht is, maar ook een brede ontbijt-, lunch- en dinerkaart heeft. Van de oer-Hollandse uitsmijter tot een heerlijke biefstukmaaltijd geserveerd met frisse sla en Beemster friet…het is altijd tongstrelend genieten bij de Eterij ’t Middenpunt! De zaak onderscheidt zich verder door veelvuldig voor streekproducten kiezen. De vriendelijke en deskundige bediening doet de rest. Of toch niet helemaal: dit startpunt van de Beemster Bustour is zowel bij goed als slecht weer het spreekwoordelijke middenpunt, omdat je ook heerlijk buiten op het grote terras kunt zitten.

2. Oude Smederij
smederijHet smederijpandje werd in 1676 op het marktplein in de Middenbeemster gebouwd. De travaille dateert uit 1744. Hierin werden de paarden beslagen. Paarden moesten gemiddeld om de zes weken van nieuwe hoefijzers worden voorzien, maar in de praktijk was de smederij een komen en gaan van mensen die zich warmden bij het vuur. Tegenwoordig is de smederij één keer in de week en op afspraak open.
3. Museum Betje Wolff

betje_wolff_2Het Museum Betje Wolff is sinds 1950 gevestigd in de voormalige pastorie van de Nederlands hervormde kerk in Middenbeemster. Het museum biedt een groot aantal stijlkamers uit verschillende periodes en brengt drie eeuwen wooncultuur van Beemster en omgeving tot leven. De naam van dit museum is ontleend aan de bekende 18de-eeuwse schrijfster Elizabeth Wolff, geboren Bekker, die gedurende haar huwelijk met dominee Adrianus Wolff (1759-1777) in de pastorie heeft gewoond. In 1777, na de dood van haar echtgenoot, ging Betje Wolff samenwonen met Aagje Deken en begonnen zij gezamenlijk te publiceren.betje_wolff Hun grootste successen waren de briefromans ‘De Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart’ (1782) en ‘Historie van den heer Willem Leevend’ (1784-1785). In 1789 verscheen ‘Wandelingen door Bourgogne’. Tussen 1793 en 1796 schreven ze aan ‘Historie van Mejuffrouw Cornelia Wildschut’ en ‘De gevolgen van de opvoeding’, een roman in zes delen.

4. Agrarisch museum Westerhem
agrarisch_museumDe Beemster is geschapen met mensenhanden en dat komt in dit museum nadrukkelijk naar voren. U vindt er allerhande gereedschappen en zelfs voertuigen die nodig waren om het land te bewerken. Daarnaast staat er naast het museum een bijzondere technische vondst die dateert uit het einde van de negentiende eeuw. Of beter gezegd: toen werd het gemeengoed in de Beemster, waardoor er licht kon worden opgewekt. Het werelderfgoed werd verlicht waar de rest van Noord-Holland donker was…tot elektriciteit na in het tweede decennium van de twintigste eeuw in snel tempo Nederland veroverde. Dat de Beemster als eerste streek ’s nachts een lichtbaken in een verder donker Holland was, kwam tevens omdat de uitvinder van de brongasinstallatie ook een Beemsterling was: landbouwvernieuwer Wouter Sluis deed er in 1875 de eerste succesvolle proef mee.
5. Kaasboerderij Pieter en Linda Groot

familie_groot_2De Beemster is onlosmakelijk verbonden met kaas en vice versa. Ook in dit opzicht heeft landbouwvernieuwer Wouter Sluis (net als bij het brongas) een belangrijke rol gespeeld, want hij ontwikkelde een manier om de melk beter op temperatuur te houden. De kaasboerderij van Pieter en Linda Groot is een voorbeeld van hoe nieuwe zienswijzen en traditie elkaar kunnen versterken. Moderne melkrobots, maar een ambachtelijk rijpingsproces…u moet het eigenlijk met eigen ogen aanschouwen.

6. Oudste stolp in de Beemster
de_eenhoornBoerderij De Eenhoorn dateert uit 1682, zestig jaar nadat de Beemster was drooggelegd. De puntige stolpvorm is een karaktertrek voor Waterland in het algemeen en Beemster in het bijzonder. In de droogmakerij is de architectonische vondst, waarvan het houten vierkant in de boerderij het meest in het oog sprint, het meest toegepast. Het gebouw bestaat uit een deels houten, deels bakstenen stolphoeve met een achterwaarts uitgebouwd houten bedrijfsgedeelte dat gepotdekseld is. Door de frappante combinatie van agrarische functie met Amsterdamse deftigheid (de gevelcompositie is aan de architectuur van de zeventiende-eeuwse Amsterdamse architect Vingboons ontleend), is deze boerderij een belangwekkend monument.
7. Oudste fruitbomenrassen

De zogeheten POMologische vereniging herbergt de oudste fruitbomenrassen van Noord-Holland. Waarmee een onderbelicht aspect aan de Beemster naar voren komt: veel mensen kennen de droogmakerij van zijn unieke geografische rechte lijnen, zijn koeien en kaas, maar in en rond Zuidoostbeemster onderscheidt het werelderfgoed zich door de fruitteelt van vooral appels en peren. Bij de POMologische vereniging staan zelfs de oudste fruitbomenrassen van Noord-Holland.

8. Fort Resort Beemster
Een wellnessbeleving in een omgeving die u nergens anders zal aantreffen. Het is gevestigd achter de muren van het Fort aan de Nekkerweg. Dit fort maakt deel uit van de Stelling van Amsterdam (ook een werelderfgoed) en heeft een unieke nieuwe bestemming gekregen. Warm- en koudwaterbaden, diverse sauna’s, een prachtige spa, een hotel en een hoog aangeschreven restaurant: ontspanning wordt hier met een hoofdletter O geschreven.

fort_resort_beemster_3  fort_resort_beemster_2fort_resort_beemster

9. Beemster Arboretum
arboretum_2De cijfers zijn indrukwekkend, zeker als je bedenkt dat ze door een particulier echtpaar bij elkaar zijn gebracht. Het Beemster Arboretum heeft de op twee na grootste verzameling bomen en struiken van Nederland. Het aantal soorten en variëteiten van de verzameling bedraagt 2.600 en het totaal aantal bomen en struiken ligt rond de 6.000. De totale oppervlakte van het arboretum is 7,5 hectare.

 

Het Beemster Arboretum heeft vier doelstellingen:arboretum

  • Het aan het publiek laten zien hoe bekende en onbekende soorten en variëteiten bomen en struiken groeien en hoe ze er uitzien op oudere leeftijd;
  • Het conserveren voor het nageslacht van bomen en struiken die in het oorspronkelijke gebied van voorkomen met uitsterven zijn bedreigd;
  • Het laten groeien van bomen en struiken die nog niet waren geïntroduceerd in Nederland, maar wel van belang kunnen zijn voor toepassing in het Nederlands groen (zo herbergt ons arboretum exemplaren van enkele walnoot- en pijnboomsoorten die nog in geen enkele andere Nederlandse verzameling aanwezig zijn);
  • Het verzamelen en distribueren van zaden en stek- en entmateriaal ten behoeve van boomkwekerijen.
10. De Dood
de_doodDit verzamelpunt verwijst gelukkig niet naar mensen, maar naar het vee. Dat werd hier, op een hoog overzichtelijk punt in de droogmakerij, verzameld en vervolgens vanuit de Beemster naar de slachterij in Amsterdam gebracht. De Beemsterringvaart, het Noorhollandsch kanaal en de Knollendammervaart komen hier immers bij elkaar.
11. Uitzicht over de droogmakerij en de ringvaart om de Beemster

Hoe mooi dit stilleven is kunnen we het best verwijzen naar het beroemde gedicht van Hendrik Marsman, ‘Herinnering aan Holland’. De Beemster kent weliswaar geen brede rivieren, maar wel een beeldbepalend Noordhollandsch kanaal en andere waterlopen die het tot een typisch Hollands landschap maken.

Denkend aan Holland
zie ik breede rivieren
traag door oneindig
laagland gaan,
rijen ondenkbaar
ijle populieren
als hooge pluimen
aan den einder staan;
en in de geweldige
ruimte verzonken
de boerderijen
verspreid door het land,
boomgroepen, dorpen,
geknotte torens,
kerken en olmen
in een grootsch verband.
de lucht hangt er laag
en de zon wordt er langzaam
in grijze veelkleurige
dampen gesmoord,
en in alle gewesten
wordt de stem van het water
met zijn eeuwige rampen
gevreesd en gehoord.

12. Fort bij Spijkerboor
fort_spijkerboorDit is één van de bekendste forten van de Stelling van Amsterdam. Deze verdedigingslinie is tussen 1880 en 1920 op een afstand van steeds vijftien tot twintig kilometer rondom Amsterdam aangelegd. De Stelling, 135 kilometer lang, is een bijzondere verdedigingsring van 46 forten en batterijen en een grote hoeveelheid aan dijken en sluizen. Sinds 1996 staat de Stelling van Amsterdam, net als de Beemster, op werelderfgoedlijst van Unesco. Het Fort bij Spijkerboor heeft nog een authentieke gepantserd draaikoepelgeschut. Ook onder meer de munitiekamers en kanonnen kunnen bezichtig worden. Heden ten dage wordt het fort ook benut voor veel culturele evenementen. Daarnaast verzorgt Natuurmonumenten er rondleidingen, omdat in en om forten veel bijzondere organismen voorkomen.
fort_spijkerboor_2De Stelling van Amsterdam, waarvan tot de aanleg werd besloten in de Vestingwet van 1874, is een zogeheten waterlinie. Dit houdt in dat bij een oorlog gebieden rondom Amsterdam onder water zou worden gezet waardoor de vijand niet zou kunnen oprukken. Daarom werd voor de locaties van de forten ook gekozen voor plekken nabij dijken, wegen of spoorlijnen. Als er geen barrières waren of het water zou te diep zijn, zou de vijand met behulp van boten alsnog de hoofdstad kunnen bereiken. Daarnaast zou door de aanwezigheid van bijvoorbeeld dijken de vijand onder vuur genomen worden. In het militaire jargon stonden deze dijken en wegen bekend als accessen.
fort_spijkerboor_3Overigens was het niet de bedoeling om de Beemster onder water te zetten. Integendeel, de forten moesten de Beemster juist beschermen. De vruchtbare grond en het vee zouden moesten de hoofdstad van het broodnodige voedsel voorzien. Het gebied binnen de fortengordel was een redoute. Bij een oprukkende vijand zou het veldleger zich hierbinnen terugtrekken en met de aanwezige burgerbevolking stand houden tot hulp vanuit het buitenland Nederland zou bevrijden. Bij een vijandig beleg moest binnen de Stelling voldoende voedsel, water, brandstof en militair materieel voorhanden zijn om het zes maanden vol te houden.

13. De bijzondere tuinen van Ria van Eijndhoven
ria_van_eijnhoven ria_van_eijnhoven_2Groots en meeslepend. Kortom een genot voor de ogen. Rozen, druivenstrekken, heggen à la Versailles en nog veel meer: laat uw ogen met een weidse blik over de tuinen gaan van Ria van Eijndhoven gaan voor een onvervalst wauw-moment. Zij heeft in bijna twintig jaar tijd het mooiste verzameld en geplant wat Nederland te bieden heeft!
14. De weegbrug van de Beemster
weegbrugDeze uit 1952 daterende Weegbrug staat midden in het Beemster landschap en was voorheen in gebruik voor het wegen van de suikerbieten voordat die naar de fabriek gingen. In 2014 is de Weegbrug volledig gerestaureerd.
15. Cono Kaasmakers (Beemster kaas)
cono-homeCono Kaasmakers is de plek waar de wereldberoemde Beemster kaas wordt gemaakt. De coöperatie is opgericht in 1901 en groeide langzamerhand tot een speler van formaat op de markt. In juni 2001 verleende Hare Majesteit de Koningin CONO Kaasmakers het recht om het predicaat ‘Hofleverancier’ te voeren. Dit is een eer die uitsluitend te beurt valt aan bedrijven die minimaal 100 jaar oud zijn en een uitzonderlijke staat van dienst hebben.

Over het groeiproces van Cono kaasmakers: In 1947 besloten drie Noord-Hollandse kaasfabrieken samen te werken. Dat waren Concordia uit Oudendijk, Ons Belang uit Middelie en De Tijd uit Beemster. Nadien sloten zich nog diverse fabrieken en corporaties aan. Van al die fabrieken uit die samenwerkingsverbanden is, in Noord-Holland althans, Cono Kaasmakers als enige speler van formaat overgebleven. De banden die werden gesmeed tussen de corporaties hebben ertoe geleid dat een kleine vijfhonderd boeren nu dagelijks melk leveren aan de fabriek in Westbeemster. Inmiddels timmert het bedrijf ook internationaal aan de weg. Niet alleen sleept ze met haar kazen diverse toonaangevende prijzen in de wacht, ook boort ze steeds meer nieuwe markten aan zoals de Chinese. Om aan de stijgende vraag te voldoen is in 2014 een nieuwe fabriek geopend die naast de bestaande fabriek De Tijd gebouwd is. Zowel de nieuwe weipoedertoren als de nieuwe kaasfabriek, beiden ontwerp van Bastiaan Jongerius Architecten, zijn met architectuurprijzen bekroond.

16. Uitzicht op Beemster droogmakerij
uitzicht_beemsterMet de nadruk op droogmakerij, want vanaf dit punt heb je uitzicht op de twee gemalen die de Beemster droog houden. En dat roept herinneringen op. Het Beemster meer werd in 1612 drooggemalen met behulp van 43 poldermolens. Er waren vervolgens vijftig molens nodig om de droogmakerij te bemalen. Dit gehele project stond onder leiding van de in Nederland zeer bekende Jan Adriaenszoon Leeghwater die diverse meren in binnen- en buitenland heeft drooggemalen. Leeghwater was de zoon van een timmerman uit De Rijp in Noord- Holland. Hij was timmerman, molenbouwer, ingenieur, architect en kunstenaar.
Hij bouwde zelf een achtkantige oliemolen in De Rijp en wordt gezien als uitvinder van de bovenkruiers: een molen waarbij het kruiwerk om de wieken op de wind te zetten zich bovenin de molenkap bevindt.
Zijn borstbeeld staat al vele jaren voor het monumentale pand Het Heerenhuis in Middenbeemster.
Tegenover het geometrisch ingedeelde nieuwe land zie je aan de overzijde van de ringvaart het oude veenlandschap van De Eilandspolder (Schermer eylant).

17. Korenmolen De Nachtegaal
korenmolenDe Beemster staat voor doorzettingsvermogen, want het kostte vijf jaar om de polder droog te malen. De Nachtegaal heeft daar weliswaar niet aan bijgedragen: ze is een korenmolen en geen poldermolen. Ze dateert waarschijnlijk uit de 17e eeuw en is daarna diverse keren gerestaureerd. Niettemin heeft de lokale bevolking hard moeten strijden om de molen te behouden.
Nadat de molen in 1970 niet meer in gebruik was om het graan te malen werd ze in 1973 gerestaureerd, maar daarna leek de molen in de vergetelheid te geraken. Daardoor trad verval op. Pogingen om dit beeldbepalende Beemster monument te redden van de ondergang leken te mislukken door geschillen wie nu eigenaar was en moest worden en of de molen wel op particuliere grond moest blijven staan. Uiteindelijk werd, net als de strijd tegen het water, de handen ineen geslagen. De molen is in 2011 verplaatst en in 2013 gerestaureerd en heropend. In 2014 is naast de molen een historische molenschuur geopend. De Stichting tot behoud van De Nachtegaal, sinds 2011 eigenaar van de molen, wil in de toekomst deze molenschuur verhuren om zodoende gelden te werven voor onderhoud en in de toekomst restauratie.

18. Familie Uitentuis en de kaas Messeklever
uitentuisWie wil zien hoe in Noord-Holland het vee wordt gehouden en gefokt doet er goed aan eens de familie Uitentuis te bezoeken. Daarnaast wordt hier de bekende Noord-Hollandse kaas Messeklever geproduceerd. Deze kaas is ambachtelijk met de hoofdletter A. Hij werd in de negentiende eeuw op de markt gebracht en staat symbool voor het zware boerenleven van toen. De Messeklever raakte in de twintigste eeuw in de vergetelheid tot Jan Uitentuis op basis van oude boeken en eigen onderzoek de kaas opnieuw uitvond. Een opmerkelijk resultaat, want koeien en hun melk zijn niet meer te vergelijken met hun voorgangers in de negentiende eeuw. De Messeklever onderscheidt zich doordat aan de basiselementen alleen zuursel en stremsel wordt toegevoegd en een heel klein beetje zout ter conservering.